Wat is het verschil tussen de dierenarts die opereert, en
vivisectie?
De d.a. wil genezen. Hij (of zij) brengt het dier onder
narcose opdat het geen pijn lijdt. De arts maakt een ziek dier gezond. Het is een eervol beroep.
Vivisectie is iets heel anders. Het is ingewikkelder en kent twee fasen. In de eerste
fase maakt men het gezonde proefdier ziek. Dat is eenvoudiger gezegd dan gedaan.
Daar kan een operatie voor nodig zijn.
Als dit slaagt, en het dier inderdaad ernstige symptomen van
de ziekte vertoont – op sterven na dood is, vindt de eigenlijke vivisectie plaats.
Geprobeerd wordt het dier te genezen. Dit is niet goed gezegd: men is uiteraard
niet geïnteresseerd in genezing, het dier wordt sowieso afgemaakt.
Men wil zien wat het toegediende geneesmiddel doet. Ook dat
is simpeler gezegd dan gedaan aangezien ook de dosis getest moet worden. Het
gaat dus nooit om 1 dier, er zijn altijd veel proefdieren nodig.
Pijnbestrijding wordt slechts toegepast in de mate dat ze de
proef niet verstoort. Het gaat immers niet om het dier maar om de proef.
Pijn bij proefdieren wordt trouwens niet erkend, men spreekt
van ‘ongerief’. Een bekende kunstgreep. Hoe meer afstand je schept tot het levende
wezen, des te gemakkelijker wordt het om je te misdragen en het te kwellen en
doden.